De verwerking
De klinker is een ding, de verwerking een ander. Het beeld van een project wordt niet enkel bepaald door de kleiklinker. Ook de aard van de verwerking heeft een impact op het eindresultaat.
De ondergrond moet effen, verdicht en vrij van water zijn. Drainage kan worden aangelegd indien nodig. Wanneer er water stagneert op de fundering, verliest de straatlaag haar structuur, waardoor ze onder het gewicht van voertuigen kan worden uitgedreven. Een drainerende fundering kan enkel worden aangelegd op plaatsen waar het grondwater niet hoger komt dan 50 cm onder het maaiveld.
De onderfundering en fundering worden bepaald door verschillende parameters, die kunnen variëren van werk tot werk. Om een solide fundering te bekomen kan je best de fundering laagsgewijs aanleggen en verdichten.
Klinkertips
Afboording :
Alle boorden moeten stevig en met een definitief karakter worden aangelegd.
Afwatering :
Men moet een dwarshelling van 2 à 3 % aanhouden. De greppel plaatsen we met een niveauverschil van 1 cm ten opzichte van de naastgelegen verhardingen.
Afladen :
Om een juiste weergave van de kleuren te bekomen en om de minieme, eigen aan het product zijnde, maatverschillen gelijkmatig over het werk te verdelen, dienen de palletten verticaal afgeladen te worden en dienen meerdere palletten met elkaar vermengd te worden.
Klinkeren
De kleiklinkers worden geplaatst op een legbed van zand, ternairzand of brekerzand (zie standaardbestek) van 3 tot maximum 4cm na verdichting. Het legbed van het hele werk wordt met de nodige precisie en met een profiel glad getrokken. Om de lijn in het verband te kunnen bewaren, dient men op regelmatige afstand een draad te gebruiken.
De klinkers worden gelegd met een kleine, minimale voeg, om het verband te houden. Het koud tegen elkaar plaatsen van de kleiklinkers is ten stelligste af te raden, om randschade te voorkomen.
Mooie passtukken bekomt men door het verzagen van de klinkers. Knippen is ten stelligste af te raden omwille van het estetische effect.
Men kan voor het aftrillen de kleiklinkers individueel lichtjes bijwringen om ze in lijn van het voorziene verband te brengen. Voor het aftrillen van de klinkers bedekt men de stenen reeds met een dunne laag zand (brekerzand 2 tot 4mm). Zo bekomt men een volledige voegvulling.
Om beschadiging van de straatstenen te voorkomen moet men steeds aftrillen met een rubberen mat onder de trilplaat. Eventueel beschadigde stenen dienen direct te worden vervangen.
Na het vasttrillen moet opnieuw brekerzand (korrel 2 tot 4mm) over de ganse oppervlakte worden verspreid. Dit zand moet in de voegen worden geveegd tot ze volledig gevuld zijn. Een laatste invoegbeurt kan men uitvoeren met fijn wit zand (korrel 0 tot 2mm). Hierdoor vult men de fijnste voegen.
Verbanden
Op drukbereden straten of pleinen dient men de klinkers te plaatsen in elleboog-, keper, of visgraatverband.
Deze verbanden zorgen voor een brede verdeling van de belasting over meerdere klinkers. |